over ons

over ons

 

Q4 gym label

Een gezamenlijk project

Wat is Q4Gym?

Q4Gym staat voor Quality in de Gymnastiek. Het is een online kwaliteitsinstrument dat ontwikkeld werd door de GymnastiekFederatie Vlaanderen. De inhoud van het instrument bouwt verder op de inhoud van het IKGym-instrument (ontwikkeld door VUB en GymFed). De vorm heeft grote wijzigingen ondergaan. Het Q4Gym-instrument is interactief en permanent beschikbaar en is gelinkt met het ledenbeheer.

Vanaf 2014 zullen regiocoaches ingezet worden om de clubs optimaal te begeleiden in het behalen van het Q4Gym-label en hen te ondersteunen in de verdere uitbouw van een kwaliteitsvolle werking.

Wat in 1996 begon als een ambitieus project om 'kwaliteitssterren' toe te kennen aan goed werkende gymnastiekclubs en deze informatie te bundelen in een gymcatalogus, is vandaag uitgegroeid tot een toonaangevend kwaliteitssysteem in de sport.



Het kwaliteitsproject van GymFed kan vandaag beschouwd worden als het langstlopende kwaliteitsproject in de Vlaamse sportwereld waarmee de gymnastiekclubs op een structurele manier naar een hoger niveau getild worden. Q4Gym vormt dan ook de ruggengraat van het kwaliteitsbeleid dat door de GymnastiekFederatie gevoerd wordt.

 

Q4Gym-instrument

Q4Gym betreft een online registratie- en evaluatie-instrument voor Vlaamse gymnastiekclubs, waarmee op een snelle en objectieve manier het actuele kwaliteitsniveau of de intrinsieke waarde van een Vlaamse gymnastiekvereniging kan worden bepaald vanuit een breed perspectief.

Op basis van enkele structurele variabelen (missie, prestatieniveau, …), die refereren naar een bepaald service concept, worden een aantal aangepaste controlelijsten met gewogen criteria geselecteerd die aanleiding geven tot kwaliteitsscores. Deze procentuele scores zijn bepalend voor de toekenning van het Q4Gym-label.

Met de ontwikkeling van het Q4Gym-instrument werd getracht tegemoet te komen aan verschillende doelstellingen. Zo kan het instrument gebruikt worden als monitoring instrument of als objectieve basis voor het certificeren van de verenigingen betreffende kwaliteitsbetrouwbaarheid. De idee om kwantitatieve en kwalitatieve gegevens van de aangesloten clubs te verzamelen en met kwaliteitslabels in een online te raadplegen 'gymcatalogus' te bundelen, lag immers aan de basis van dit project.

Daarnaast kan Q4Gym gehanteerd worden voor een zelfdiagnose of als managementinstrument bij de ontwikkeling van een (nieuw) betrouwbaar sportaanbod. De diverse controlelijsten, de informatieboxen en het kwaliteitshandboek bevatten namelijk een schat aan waardevolle informatie die kan aangewend worden om de organisatie op een (meer) effectieve en efficiënte manier te runnen.

Tijdens een Q4Gym-audit worden zowel de aspecten van de algemene clubwerking als de werking in de zaal (recreatie en/of competitie naargelang het aanbod in de club) gecontroleerd. Clubs die aan de volgende kwaliteitsnormen voldoen, behalen het Q4Gym-kwaliteitslabel:

  1. Totaalscore ≥60%
  2. Score “clubmanagement” ≥60% (én ≥50% per onderdeel)
  3. Score “recreatie” ≥60% (én ≥50% per onderdeel) (indien de club een recreatief aanbod heeft)
  4. Score “competitie” ≥60% (én ≥50% per onderdeel) (indien de club een competitief aanbod heeft)

 

De 7 onderdelen van het clubmanagement zijn:

  1. Algemeen beleid
  2. Interne communicatie
  3. Externe communicatie
  4. Clubsfeer en clubcultuur
  5. Clubbestuur en organisatie
  6. Trainersbeleid
  7. Effectiviteit

De 2 onderdelen van “recreatie” zijn:

  1. Trainers
  2. Recreatieve werking

De 2 onderdelen van “competitie” zijn:

  1. Trainers
  2. Competitieve werking

 

DIMENSIES CLUBMANAGEMENT

Op organisatorisch niveau van de club worden 7 gewogen dimensies geëvalueerd, welke verschillende aandachtsgebieden of aspecten van het verenigingsmanagement vertegenwoordigen in functie van de missie of de centrale doelstelling van de desbetreffende club (recreatie, prestatie of een evenwicht tussen beide):

  1. algemeen beleid: hierbij wordt onder meer stilgestaan bij volgende strategische vragen: Is er een duidelijke missie en visie en wordt deze voldoende kenbaar gemaakt? Bestaat er een concreet actieplan om de vooropgestelde doelstellingen te realiseren? Wordt bij de samenstelling van het activiteitenprogramma rekening gehouden met de missie van de organisatie, de mening van de medewerkers of de interne klanten, alsook met de wensen en behoeften van de markt of de (bestaande) klanten? Uitgaande van de gedefinieerde missie wordt er ten slotte een oordeel geveld over de samenstelling van het aanbod.
  2. interne communicatie: in deze checklist wordt zowel gepeild naar de informatiesystemen als naar de operationele, ondersteunende procedures die een effectieve en efficiënte werking, waaronder een goed functionerende interne communicatie, moeten mogelijk maken.
  3. externe communicatie: centraal in dit aandachtsgebied is de vraag of er voldoende aandacht besteed wordt aan het creëren van een bepaald gewenst imago en het onderhouden van externe relaties. Een eenduidige, herkenbare identiteit heeft een belangrijke invloed op de verwachtingen en de ervaringen van de ‘klanten’ en de verschillende ‘stakeholders’. Bovendien kan een goede relatie met deze externe partijen een positieve invloed hebben op het functioneren van de eigen vereniging.
  4. clubsfeer en clubcultuur: deze checklist bevat verschillende, concrete elementen die kunnen bijdragen tot een goede club- en/of groepsgeest, wat de betrokkenheid en de loyauteit van de leden ten aanzien van de club sterk beïnvloedt. Hierbij wordt gepeild naar enkele objectief vaststelbare uitingen van het "wij-gevoel", wat als een typisch kenmerk van een dergelijke 'voor-en-door-leden' vereniging beschouwd wordt.
  5. clubbestuur en organisatie: in elke organisatie is er een (doorzichtige) ordening nodig om gecoördineerd tot resultaten te komen. In deze checklist wordt stilgestaan bij de volgende centrale vraag: hoe is de verdeling van de administratieve en organisatorische functies, taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden geregeld en leidt dit tot een effectief en efficiënt management? Er wordt tevens een oordeel geveld over de intrinsieke waarde van het bestuur en de andere beleidsorganen.
  6. trainersbeleid: refererend naar de ISO-richtlijn 9004/2 voor dienstverlenende organisaties, wordt deze dimensie, die hoofdzakelijk gericht is op de "personele voorzieningen", als één van de belangrijkste onderdelen van de "clubaudit" beschouwd. Met deze criteria wordt gepoogd te achterhalen of de beschikbare "resources" (mensen en materiaal) optimaal worden ingezet en of er een gunstig werkklimaat heerst waarin medewerkers gemotiveerd en gestimuleerd worden om hun taak zo goed mogelijk uit te voeren. De motivatie van de medewerkers, die in dienstverlenende organisaties een centrale positie innemen, kan door verschillende factoren bepaald worden: de leiding, de werkomgeving, de sfeer in de organisatie, de taakomschrijving en de middelen waarover men kan beschikken om deze taak uit te voeren, de beloning hiervan, de erkenning, de mate van zelfstandigheid en bevoegdheid, de betrokkenheid en de mogelijkheden tot meedenken en inspraak, de mate van openheid van communicatie en informatie, de mogelijkheden die de medewerkers krijgen om eigen kennis en vaardigheden te vergroten.
  7. effectiviteit: vertrekkende van de missie (recreatie, prestatie of een evenwicht tussen beide) wordt via een aangepaste performantiemeting (ledenverloop, rekrutering, sportieve prestaties, financiële gezondheid, aandeel gediplomeerde trainers) nagegaan of de output (de resultaten) en de outcome (de mogelijke gevolgen van deze resultaten) positief zijn.

 

DIMENSIES RECREATIE EN COMPETITIE

  1. trainers: waarin onder meer gepeild wordt naar de kwalificatie, de expertise als coach en de sportervaring van de hoofdtrainers en de zelfstandige trainers.
  2. werking: waarin onder meer gepeild wordt naar het aanbod, de accommodatie en de sporttechnische organisatie